laatste update augustus 2016

RDM ROTTERDAM

De opkomst en neergang van een bijzonder bedrijf.

Op 23 januari 1902 werd N.V. "De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij" (afgekort "de RDM"  en later in de volksmond "de Droogdok" genoemd) opgericht, die toen in feite al een  voorgeschiedenis van 46 jaar had. De RDM was de opvolger van de reeds in 1856 opgerichte firma  "Duncan Christie & Zn", die - via de firma's "Christie & Nolet", "Christie, Nolet & De Kuyper", de "Societe Anonyme des Fondries et Constructions Navales de la Meuse", de maatschappijen  "De Maas" en "Schoonderlo" en weer "De Maas" - uiteindelijk uitmondde in "de RDM".
Nadat de pas opgerichte RDM gedwongen moest verhuizen van de locatie Schoonderlo, een  onderdeel van Delfshaven aan de Noordelijke Maasoever, vestigde deze zich nog in datzelfde jaar in het dichtbij gelegen Heijplaat, aan de Zuidelijke Maasoever. De scheepswerf floreerde daar.Op het werfterrein werd vrijwel constant gesaneerd, verbouwd en nieuw gebouwd. Havens  werden gegraven en uitgediept en de grond werd gebruikt om het terrein te verhogen, teneinde de voeten bij hoogwater droog te houden. De gebouwen daar dateren uit verschillende perioden na 1902. De RDM onderhield een eigen veerdienst vanaf Schiemond voor haar werknemers,  maar vanwege de afstand en het groeiende personeelsbestand werd in 1914 gestart met de bouw  van het tuindorp Heijplaat.

Op 14 januari 1925 nam de RDM de in 1914 opgerichte "Scheepsbouw Maatschappij Nieuwe Waterweg" (afgekort "de NW"), aan de overkant van de Maas in Schiedam, over. Deze werf was in financiële moeilijkheden gekomen en beschikte - mèt geschoold personeel - over 3 droogdokken met een capaciteit tot 10.000 ton en over 7 scheepsbouwhellingen waar schepen  tot 12.000 ton gebouwd konden worden. Daarmee verdubbelde de RDM haar aantal droogdokken.  De reparatieafdeling was steeds een belangrijke financiële pijler van de RDM. In het jaar 1926 werd bij het vergrote bedrijf zelfs het fenomenale aantal van 1401 schepen gedokt en gerepareerd, een gemiddelde van bijna 4 gerepareerde schepen per dag!
De NW had - tot haar overname in 1925 door de RDM - 135 schepen afgeleverd, in aanbouw of in portefeuille. Bij de RDM zat op dat moment bouwnummer 99 als laatste in de planning. De NW stopte daarna met haar eigen nummering en samen gingen ze als één RDM-bedrijf verder met RDM-nr 136. De nog "lege" toekomstige RDM-nrs 100 t/m 135 werden opgevuld met de gelijke NW-nrs van vóór en tijdens de overname. Een gerenommeerd hoogleraar, met het werfbedrijf in zijn portefeuille, schreef me in 2008 - na mijn aanvankelijke scepsis in deze desgevraagd hierover: "Dat deze NW-schepen na de overname RDM-nummers kregen was niets bijzonders. Die bouwnummers waren alle NW-schepen van voor de overname. Die  telden ze rap mee, want dat stond goed tegenover de buitenwereld. De tent was toch overgenomen! Dus ook de bouwnummers van de NW.".

In 1938 kochten de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij en de Dok en Werf Maatschappij Wilton-Fijenoord samen de aandelen van de Machinefabriek en Scheepswerf  P. Smit Jr. In 1968 werd het door fusies een volle dochter van de RDM. Dit bedrijf bleef echter gewoon onder haar eigen naam voortbestaan. Na het RSV debacle in 1983 werd het in 1985 verkocht  aan M.N.O. Vervat en in 1987 failliet verklaard.
Tot de Tweede Wereldoorlog verviervoudigde de omvang van het RDM terrein zich tot circa 40 ha. De RDM werd dan ook één van de grootste scheepswerven van Europa, met gedenkwaardige nieuwbouwresultaten zoals de "Simon Bolivar" (1926), de "Nieuw Amsterdam" (1938),  de kruiser "De Zeven Provinciën" (1950), de "Rotterdam" (1959) en de "Cunard Adventurer" (1971). Ook werden er vele complexe onderzeeboten gebouwd; in totaal zelfs 16 stuks. Ondanks deze nieuwbouw, bleef de reparatieafdeling echter een zéér belangrijke financiële pijler van het bedrijf.
Héél opmerkelijk is dat over de bouwactiviteiten van de RDM gedurende de Tweede Wereldoorlog  weinig in de hier geraadpleegde literatuur en op het Internet te vinden is. In het boek  "Een Halve Eeuw Droogdok, 1902–1952" - in 1952 uitgegeven door de RDM ter gelegenheid van haar 50-jarig bestaan - komen de voor de Duitse bezetter gebouwde schepen   (32 uitgegeven bouwnummers!) zelfs niet in de bouwlijst voor! Was dit (valse) schaamte van de werf, zo vlak na de oorlog? Dat was echt niet nodig, want de RDM heeft m.i. de Duitse bezetter behoorlijk tegengewerkt. Evert van der Schee noemt deze nieuwbouw in 1998 echter wel in de bouwlijst achter in zijn boek "Rotterdamsche Droogdok Maatschappij". Het schrijven van een boek met als titel "De Nederlandse Scheepsbouw in de Tweede Wereldoorlog" zou een uitdaging voor geschiedkundigen kunnen zijn!

Na aanvankelijk zeer gunstige na-oorlogse jaren kwam de Nederlandse scheepsbouw in  het begin van de 60-er jaren in de problemen. De RDM ging zich vanaf die tijd - met ruim 4000 werknemers - meer toeleggen op de defensie industrie, maar had ook opdrachten uit de offshore- en de energiesector. Even had de RDM daarna zelfs meer dan 7000 (!) werknemers in dienst.
Mede gedwongen door de politiek, ging het bedrijf in 1971 - na verschillende fusies - op in het Rijn-Schelde-Verolme (RSV) concern.
Ondanks aanvankelijke overheidssteun werden de problemen echter steeds groter. Uiteindelijk werd de RSV (en daarmee ook de RDM) op 6 april 1983 failliet verklaard. Van de toen nog ruim  3000 RDM-ers werden er bijna 1400 ontslagen, waarvan ruim 800 (!) in het kleine Heijplaat. Naar het aantal ontslagen bij de toeleveranciers kan men alleen maar gissen. Een heel triest einde, maar toch ... ... heel veel mensen hebben jaren lang hun boterham bij of door dit bedrijf kunnen  verdienen.

wilt u meer weten over de RDM werf? kijk op www.rdm-archief.nl

RDM Rotterdam

De RDM en Heijplaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden door het simpele feit dat het dorp vroeger van de RDM was. Woonde je op het dorp, dan werkte je voor de RDM. Nam je ontslag of ging je met pensioen, dan werd je geacht het dorp te verlaten.

In die dagen heette het de RDM Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.

Nu heet het Research, Design & Manufacturing. Onderwijs en bedrijven werken samen aan duurzame en innovatieve oplossingen op het gebied van bouwen, mobiliteit en energie of Building, Moving and Powering. mooie documentaire hierover van Open Rotterdam TV klik hier

Een nieuw leven dus voor de RDM en natuurlijk heeft dat invloed op de herstructurering van het dorp. De infrastructuur en de inrichting van het nieuwe dorp worden sterk beïnvloed door de ontwikkelingen op het RDM Rotterdam terrein. Zo zou er een voorzieningencluster voor het dorp gerealisserd worden op het voormalige platensorterterrein aan de Heijse Haven. Het Havenbedrijf besloot op een zeker moment dat er een loods moest komen van bijzonder discutabele proporties en voor de ontwikkeling van het RDM westterrein moest ook een tweede onsluitingsweg worden aangelegd die langs en door het dorp loopt. Over zowel de loods als over de weg konden de bewoners van het dorp hoog of laag springen, het besluit was genomen en de lastige bewoners vormden slechts een kleine hobbel op de weg naar succesvol ontwikkelen van het RDM complex. Bij de officiele opening van de brug die aangelegd werd voor de onsluiting van het RDM westterein sprak de spreker van het Havenbedrijf van een goede samenwerking tussen bewoners en het Havenbedrijf, zodat deze hobbel ook weer helemaal gladgetrokken was. Dit is tekenend voor de houding van het Havenbedrijf naar het dorp: je mag wel zeuren, want dat staat nu eenmaal in de participatieparagraaf, maar daarna moet je niet meer ouwehoeren.

Helaas voor het dorp en de inwoners van het dorp gaan de belangen van de ontwikkeling van het RDM terrein voor, waardoor de bewoners het gevoel hebben dat er veel over hun hoofden heen gebeurt. Misschien dat de geschiedenis zich gaat herhalen. Misschien wordt er eerst gewerkt aan de RDM, waarna het dorp wordt verbouwd en gevormd naar de wensen van de RDM. De huidige inwoners zijn daarbij overigens wel gesprekspartner, maar dat is meer omdat het moet. Een mooi voorbeeld daarvan is een pinautomaat die er moets komen omdat men nu eenmaal in een gebied in ontwikkeling niet zonder pinautomaat kan. Na lange strijd kwam er een automaat om na een paar jaar weer te verdwijnen vanwege een vebouwing van één van de panden op het RDM terrein. Met de ontwikkeling van het RDM terrein is nu eenmaal iets meer geld gemoeid dan de ontwikkelingen van het nieuwe dorp en in onze westerse maatschappij worden economische belangen en de macht van geld toch als zwaarwegender beschouwd als het woongenot van de bewoners van onze gemeenschap. Voor de bewoners is het hard vechten voor het behoud van de leefbaarheid op het dorp, waarbij de bewoners weten dat machtige lichamen als het Havenbedrijf zich moeilijk laten overtuigen van een andere mening dan de hunne.

Voorheen was de RDM de verbindende factor voor de bewoners, in de toekomst zou de RDM wel eens de vervreemdende factor kunnen worden vanwege al het volk dat voor de RDM komt en niets heeft met het dorp.