Toen hij in 1934 geopend werd, was het de grootste met de hand gegraven haven in Europa.

In vroeger dagen was er op de zuidzijde van de Waalhaven een vliegveld. voor meer info

In 1920 werd het vliegveld Waalhaven geopend, slechts 2 maanden na de opening van Schiphol!

Waalhaven
De luchtvaart werd in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw omgeven door een aura van avontuur, niet voor niets volgde heel Nederland de verrichtingen van de Uiver in 1934 nauwgezet.

Het vliegveld Waalhaven was al snel en succes en de trots van de Rotterdammers. De toen nog jonge KLM voerde vele vluchten van en naar Rotterdam uit en overwoog zelfs het hoofdkantoor in Rotterdam te vestigen. Al snel zag het gemeentebestuur de noodzaak van meer ruimte voor een vliegveld binnen de stadsgrenzen, en bovendien kregen de gemeentes Rotterdam en Den Haag de opdracht van het Rijk om gezamenlijk te werken aan de bouw van een luchthaven in de polders ten Zuidoosten van Delft. Nog decennia lang zouden deze lokaties door de historie van de Rotterdamse luchtvaart verweven blijken: het betrof de polders Laag Zestienhoven en Schieveen. Rotterdams chauvinisme en Haags talmen verhinderden een slagvaardig gezamenlijk optreden en in 1938 kreeg de gemeente Rotterdam toestemming van de Rijksoverheid om in het gebied Laag Zestienhoven een nieuwe luchthaven te bouwen; Waalhaven kreeg in 1939 een zuiver militaire bestemming en werd gesloten voor de burgerluchtvaart.

In de meidagen van 1940 werd hevig gevochten op en rond het vliegveld Waalhaven en het waren uiteindelijk de Nederlandse strijdkrachten die het vliegveld en de nabij gelegen Koolhoven vliegtuigfabrieken vernietigden om te voorkomen dat het complex in handen van de Duitsers zou vallen.

Na de bevrijding in 1945 bleek herbouw van het vliegveld Waalhaven niet mogelijk, reden waarom het plan uit 1934 voor de bouw van een luchthaven in de polders ten noorden van de stad, opnieuw uit de kast werd gehaald.

Rond de Waalhaven vestigde zich allerlei bedrijven. In het verleden de GEM, er was een kolencentrale, dus Frans Swartouw was van de partij en aan de zuidzijde ontwikkelde zich een indutrieterrein. Veel binnenvaart vond er een wachtplaats en het was een komen en gaan van schepen die aan de kades of op de boeien lagen. Dan kwamen de kranen of de elevators langszij en werd er op die manier gelost.

Er was een smalle tweebaansweg aan de westkant die naar Heijplaat ging. Het zal niet altijd schoon geweest zijn, graan en kolengruis door elkaar vervuilden de lucht in de tijd dat men nog nooit gehoord had van overlastgevende activiteiten en lang hebben passagiers en bestuurders in auto's zitten honken en bonken op de keienkoppen die dienden als plaveisel.

Een van de dingen die nog herinnert aan die tijd is het skelet van de oude centrale bij Sita. De centrale is al lang niet meer, maar het skelet is nog steeds niet gesloopt en staat fier als herinnering aan vervlogen tijden.