Het hele terrein heeft nu niet zoveel meer van de werf die het vroeger was. Er zijn nog wel scheepsreparatie activiteiten in één van de loodsen waar Fa de Maas nog steeds actief is en af en toe wordt er weer een dag geslepen aan afgemeerde casco´s en klinkt als vanouds weer in de Heijsehaven de herrie die gemaakt wordt met het bewerken van ijzer.. Verder herinnert weinig aan de tijd van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Grote gedeeltes van het terrein liggen er bij alsof het al een eeuwigheid in de diepe rust is gedompeld die het nu uitstraalt.

In de dokhaven zijn nog wat vage contouren van roetige staketsels te ontdekken die herinneren aan de tijd van de werf. De loodsen worden hergebruikt door de Campus en andere innovatieve bedrijven en bedrijfjes die zich vestiging op het complex.

Het terrein blijft eigendom van het havenbedrijf. De kades worden opgeknapt, zo ook de kantoren, daar zit bij elkaar al een paar slordige duiten in. Het hergebruik is natuurlijk duurzaam en innovatief, nodig voor de vorming en de groei van het kenniscentrum wat er moet ontwikkelen. Bovendien voorkomt men op deze manier natuurlijk een peperdure bodemsanering die nodig zou zijn als de bestemming van het terrein echt zou veranderen in zeg maar woonbestemming of recreatie of het over zou gaan in andere handen.