Cor Hardenbol

Herinneringen van “Tuindorp Heijplaat” op geschreven door Cor Hardenbol

Ondergetekende Dhr. Cor J. Hardenbol sr. geboren op 03 januari 1917 in de  Heijplaatstraat nummer 45 op “Tuindorp Heijplaat” te Rotterdam

De Heijplaat is gebouwd omstreeks de jaren 1914, ten behoeve van de arbeiders, werkzaam op de scheepswerf, de Droogdok mij, (de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij bv. ), alwaar de hele familie, Vader, grootvader Nijman van Driel, broer Bertus en zwager Kramer J.B. en Vleggaar Adriaan en stiefbroer Schalk Baris zoon van de tweede man van wed. Nijman, de moeder dus van mijn moeder, Sara Helena Nijman werzaam waren.

Als 16 jarige kwam ik in dienst bij de RDM als archivaris op de tekenkamer, waar o.a. de onderzeeërs (of duikboten, de O11 en de O12) werden getekend.

Omstreeks 1933, was de Heijplaat alleen per fiets, lopend of met het z.g. Heen en Weer bootje te bereiken, deze vertrokken vanuit de Barendrechtsehaven en Schiemond en vanaf Charlois kwam je langs vliegveld Waalhaven.

Het dorp was omringd door de Nieuwe Maas en de Heijsehaven, waarin diverse woonboten en plezierboten lagen, o.a. zeil en motor zeilbootjes.

Tuindorp Heijplaat was een werkzaam en welvaarend dorp, met een bakkerij van Siem van Gelder, Groenteboer Hordijk, Boekhandel Blom, Melkwinkel van Aad van Gelder oom van Siem, Slagerij van Bokkum.

Als 14 jarige jongen heb ik als hulpje in de Bakkerij van Siem van Gelder gewerkt, vanaf mijn 15de jaar ben ik bij Slagerij van Bokkum gaan werken, dit was voor 1 jaar, daar kreeg je geen opslag maar ontslag, al was je nog zo goed op je werk, daarna, dat staat al beschreven naar de RDM.

Als 18 jarige, ik was toen werkzaam als nageljongen, moesten wij met z’n 24 gezinnen verhuizen naar elders, daar de ouders van die gezinnen ook mijn broer en ik zelf geen werk meer hadden, dan moesten de huizen vrij komen voor de mensen van buiten het dorp die nog wel werk hadden

Ik zelf kreeg geen ontslag, maar moest z.g. kuieren, dat betekende geen werk en geen geld, en dat je elk moment weer opgeroepen kon worden, om te komen werken.

Je mocht ook niet van baas veranderen, daar je geen ontslag had gekregen.

Maar na een paar maanden van verveling ben ik toch maar naar een andere baas gegaan en wel naar de Bakkerij de Vooruitgang.

Hier volgen nog enige gegevens vanuit mijn jeugd:

Er was een de Openbare school, de Christelijke school, de Schippersschool, op de Heijplaat.

Ook was er een Vakteken school in de avond, daar heb ik zelf nog lessen gehad, maar door alle omstandigheden had ik die niet meer nodig

Als junior heb ik ook gevoetbald bij de RDM aan de Rondolaan.

Eerst speelde ik in een C elftal en later in een B elftal, en in het 4de elftal.

Ook heb ik nog een wedstrijd meegespeeld in het Eerste elftal, tegen Coal, dat was op tweede Paasdag, ik was toen  16 jaar en speelde samen met de broers de Jager, Oskam, Vlaanderen, Bart van Ooyen, ja ik heb een fijne jeugd gehad.

In die tijd woonde er o.a. de broertjes Vos, de broers van Vlaanderen, (eerder genoemd) fam. Peskes en  v.d. Stoep, daar ging ik altijd mee om.

Er waren twee families van der Stoep, waarvan er een is omgekomen bij de brand op de Vimeira, een Engelse Tanker, die reeds enige maanden opgelegd lag bij de RDM, dat is als er geen werk of vracht meer voor is, zo wordt dat genoemd.

Bij de brand die plaats vond na de winter in 1929 waarbij meerdere slachtoffers zijn verbrand, waren ook ene Hardenbol en v.d. Stoep bij de slachtoffers.

De brand werd veroorzaakt doordat stoomslepers het schip moesten verhalen, om plaats te maken voor een nieuw gebouwd schip.

De brand werd veroorzaakt doordat er vonken in het ruim van het schip kwamen, veroorzaakt door de sleepboten, een verhaal op zich zelf.

Ik weet nog van een blikseminslag bij dr. Venebos aan de Courzandseweg 49, deze woning had nog een rieten dak.

Ik zelf heb ook nog het een en ander meegemaakt o.a. met mijn linker voet onder de melkwagen van oom Adrie van Gelder.

Een halve klinker op mijn hoofd, bij het z.g. Koten, 4 stenen op 4 hoeken en een steen in het midden, die raapte ik juist op, toen een van de broertjes Keemink zijn steen te vroeg gooide, het litteken is nog steeds te zien.

Ook ben ik in februari 1929 onder de ijsschotsen terecht gekomen en door mijn vriendjes gered, de ijspegels hingen aan de pijpen van mijn broek en niemand thuis.

Ook gingen wij vissen in het slootje bij de sluis, maar boer Lodders wilde dat niet hebben en joeg ons met de riek of emmers water weg.

Maar wij konden genoeg spelen zoals hoepelen met de velg van een fietswiel, steppen met de step van de Ouden, zo hete die jongen, of varen in een kano van de jongen van Stoopman, die vader had een hogere positie dan mijn vader.

Mijn vader moest hard werken als Klinker aan honder.

Hier nog enkele gegevens van de bewoners.

Je had zwemmeester Donkers, baas Noordzij, de chef v.d. Pols van de tekenkamer onderzeeboten.

De dhr. De Ouden was z.g. werkzoeker in het buitenland.

Schepen die averij hadden kwamen dan naar de RDM om gerepareerd te worden.

Dan had Scherpenisse, die met gevaar voor eigen leven, verscheidene arbeiders uit de maas heeft gered (tanker Viemera), eerder genoemd.

Je had cafe den Ouden, waar veel arbeiders gingen eten in de middagpauze.

Cafe Courzand met kegelbaan en biljart en waar Heijplaatse dames, mannen en kinderkoren repetities hielden.

Toen ik 17 jaar was moest ik als aspirant meezingen met mijn broer (21 jaar) en mijn 2 zwagers Joop Kramer en Vleggaar, het was een mooie tijd.

Op het moment dat ik dit schrijf ben ik 89 jaar en zing ik ongeveer 30 jaar, waarvan 5 jaar op een gemengd koor en later ??????? ook nu nog op Prins Alexander, dit is dus heden 2006.

Buiten de RDM had je nog een scheepswerfje van de Hees Bakker aan de Heijplaatweg, in hoofdzaak werden er rijnaken gerepareerd.

Deze werden bij hoog water op z.g. lorries gezet en met een lier naar boven gedraaid, die bediend werden door oudere en jongeren, waarvan ik er een was, omdat als er een schip of scheepje gerepareerd of geschilderd moest worden, mijn vader vooral gevraagd werd te komen draaien en ik vanzelf meemocht.

Pa en de overige andere krijgen fl. 2,50, en de jongere fl. 1,00, zo ging dat in mijn jeugt.

Ik heb nog een foto van een groep bestaande uit kinderen van de Heijplaat en een van de openbare school, beide uit de het jaar 1928, waar dus vele namen tegen ziet komen van de eerste generatie van bewoners van Tuindorp Heijplaat.

Wat nu anno 2006 geen dorp van mooie stenen en houten huizen meer is maar een opslag van containers en waar geen scheepbouw meer is, jammer.

Hier nog een gegeven van het omslaan van de zeilboot van de jongens Hiele en Donker in

± november 1930?

Hierbij kwam Donker onder de boot klem te zitten, maar zijn medezeilers waren uitstekende zwemmers, wisten hem van de verdrinkingsdood te redden.

Dezelfde dag mocht ik met de dhr. Smit mee zeilen op een verkleinde tjalk, maar met een groot zeil, nu kan ik niet op de naam komen van de derde passagier, maar die werd op een gegeven moment door het hellende bootje, dat hij het zeil wilde vastzetten, door dat wij bijna water schepte, zo schuin lagen, maar dat zag schipper Smit niet zitten anders waren wij misschien ook omgeslagen, dat is dus niet gebeurd, maar wij waren wel blij en opgelucht dat wij weer veilig aan de wal stapte, aan de z.g. Heijsehaven.

Dit was het wel zo een beetje

                                                                           Namens Cor Hardenbol  2006

1 reactie

    • Ria de Smit op 13 oktober 2020 om 03:05
    • Reageer

    Bedankt boor die foto van 1928. Mijn Vader staat er op, Dries Vermeer, ik ben een dochter van hem en Sjaan van Adrichem. Wij zijn in 1956 naar Australia geemigreerd.
    M’n Nederlands is niet zo goed meer .
    Nogmaals bedankt.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

error: Content is protected !!