RDM’ers op ‘nukkige klomp’

Dockyard VII

Rotterdammer Flip Tromper jr. ziet zichzelf nog staan, als kind op de aanlegsteiger bij Schiemond. Samen met zijn broertjes en zusjes, vlak bij die prachtige rivier, wachtend op hun vader, werknemer bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) op Heijplaat Zo dadelijk zal hij aankomen, aan boord van de ‘gerieflijke motorveerboot’ Dockyard VII, zo mooi in beeld gebracht op de raadplaat van vorige week. Waar de fotograaf de foto nam,” schrijft hij, ,,daar stonden wij ook altijd. Dit hadden we afgesproken met vader, zodat hij ons dan snel kon ontdekken. Want het was altijd een drukte van belang op de steiger. Wij waren daar ’s middags tussen 4 en 5 uur om op de ponton te spelen. Als we de Dockyard VII zagen aankomen, dan gingen we gauw naar boven.” De Dockyard VII, de personeelsboot van de RDM, door kinderogen gezien ’n enórm schip. Als het was aangemeerd, dan gingen de grote zijluiken naar beneden. De werkmannen kwamen dan van boord. Dat je tussen al die mannen je vader zocht, dat blijft je altijd bij.” Het was weer zo’n foto die een stortvloed aan herinneringen losmaakte. Brieven en e-mails, bijvoorbeeld van mensen die zelf bij de roemruchte scheepsbouwer hebben gewerkt, of die aan boord van de Dockyard VII hebben gevaren. Of, in het geval van Ada Bos-Barth uit Hellevoetsluis, de kapitein van nabij hebben meegemaakt. Want, schrijft zij, de eerste schipper was haar vader, D. Barth. ’s Ochtends was het twee keer varen, eerst om fabriekspersoneel op te halen en daarna het kantoorpersoneel. Dus was het altijd vroeg opstaan. Aan het eind van de middag werd er een maal gevaren en dan voor al het personeel. Ook weet ik dat er nog op zaterdagmorgen werd gewerkt en gevaren.” Jammer, gaat ze verder, dat de stuurhut niet is afgebeeld. Als die ook op de foto had gestaan, dan was de kans heel groot geweest dat mijn vader erop te zien zou zijn geweest.” Tweede man aan boord was Jacob de Man, reageert diens schoonzoon, Frank van den Elzen. Als Dirk Barth afwezig was, moest hij als 22-jarige het bevel over het schip voeren.” Nadat eerstgenoemde afzwaaide, werd De Man de baas over de schuit. Dat was een boeiende tijd. Zeker als je je voorstelt dat dagelijks honderden mensen moesten worden vervoerd. Ongeacht het weer. Zelfs bij dichte mist ging alles gewoon door, ondanks het feit dat er in eerste instantie nog geen radar aan boord was.” Véél mensen melden persoonlijke anekdotes, anderen komen met geinige feitjes op de proppen. Zoals Willemien Hoogwerf uit Spijkenisse. Het schip was bedoeld om werknemers te vervoeren van de overkant van de rivier – Schiemond dus – naar de RDM. Op de steiger was een ruimte waar het personeel de fiets kon parkeren. Maar het grootste gedeelte van het personeel dat werkzaam was bij de RDM kwam met de bus.” Vervolgens wordt de Dockyard VII zélf doorgebladerd. Die had een aantal dekken met beneden in het schip de zogenaamde vetkelder. Piet Zwaal was hier heer en ‘meester’. Het woord ‘meester’ is een andere naam voor machinist.” Het schip zag er solide uit, betoogt ze, maar gedroeg zich vaak als een nukkige klomp in het water. Vooral als de mensenmenigte aan één kant van de boot stond. Het schip, neemt André de Wolff het stokje over, werd ook wel de Berenboot genoemd. Vroeger, weet hij, ,,reed er een trein van de RDM naar Rotterdam-Zuid om de mensen te vervoeren, maar degenen die in het centrum of in Delfshaven woonden, hadden daar niets aan. Dus vond het bedrijf het nodig dat deze mensen ook werden vervoerd.” Oud-opvarende B. de Neef uit Rotterdam: De kiel is gelegd in mei 1948, het schip werd te water gelaten in februari 1949. Vanaf maart dat jaar was hij in dienst. Dertienhonderd mensen konden aan boord, dus méér dan op de Nieuw Amsterdam, zoals een RDM’er wel eens schertsend had opgemerkt. Dan was dit dus het grootste door ons gebouwde passagiersschip. Aan beide zijden zaten vier grote kleppen. Binnen enkele minuten konden ruim duizend mensen worden gedebarkeerd (aan land gaan – red.) De RDM’ers waren trots op hun schuit, zo blijkt uit de verhalen. En op hun werk. Wat zou er toch van al deze noeste arbeiders terecht gekomen zijn? Pensioen, of ontslagen of een andere loopbaan,” vraagt oud-RDM’er F. Huybregts zich af. We zien, schrijft hij, werknemers van de RDM na een dag arbeid. Enkelen zien er zeer vermoeid uit, want het was meestal zwaar werk. Hier de aankomst in Schiemond en het verlangen naar huis, naar de warme maaltijd.” Er werd tijdens de oversteek wat afgekeuveld. De vader van André van Duin werkte ook bij de RDM en woonde vlak bij mij. Dan zeiden we: ‘Je zoon was weer aardig op dreef in zijn tv-show, hè?’ Op maandagmorgen bespraken we natuurlijk het voetbal. Sparta en Feyenoord. Voorts was het één grote familie. Als je een rotdag had gehad, zeiden ze: kop op joh, morgen gaat het beter.” De Dockyard VII, ook voor J. de Koster uit Rotterdam was de oversteek van Schiemond naar Heijplaat dagelijkse kost. Nooit vergeet ik de laatste vaart, op 6 april 1983, het faillissement van de RDM. De boot vertrok vanuit de Dokhaven met loeiende sirene. . .”

1 reactie

    • Herman van Kampen op 12 februari 2021 om 11:58
    • Reageer

    Was een mooie tijd.
    Heb de laatste RDM-jaren als machinist (meester) op de Dockyard VII gevaren met Ger Bender als Kaptein, Aad de Wolf en Peter Hulshof als matrozen. Het vermogen toendertijd was 2 x 160 pk (GM) wat zeker niet teveel was. Op dit moment is het schip nog in de vaart als Texel met zover ik weet rond de 750 pk vermogen.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

error: Content is protected !!